Advies
vlinder

Bloemrijk grasland

Maaibeheer van het bloemrijk grasland

Beheer in het eerste jaar van droog bloemrijk grasland

Het eerste jaar is een investeringsjaar, met helaas weinig bloei in het bloemrijk grasland. Doordat u voor het inzaaien de grond heeft moeten bewerken, ontwikkelen er waarschijnlijk veel snelgroeiende onkruiden zoals Melde en Perzikkruid. Deze kunt u bestrijden door in het eerste jaar drie tot vijf keer te maaien en het maaisel af te voeren. Laat de begroeiing niet hoger worden dan zo’n dertig centimeter en maai deze terug tot zo’n vijf centimeter. Hierdoor valt er veel licht op de bodem en kunnen veel zaden kiemen. In dit eerste jaar kan de zode met bloemplanten zich goed ontwikkelen. 

Wanneer u kiest voor het meezaaien van een mengsel van éénjarige akkerbloemen, omdat extra kleur in het eerste jaar gewenst wordt, is maaien niet mogelijk. Probeert u dan de genoemde onkruiden tijdig uit te knippen. Maai dan in de loop van de zomer, zodra de akkerbloemen er niet langer aantrekkelijk uitzien, zodat licht op de bodem kan vallen voor vaste planten die nog kunnen kiemen. Wachten tot de akkerbloemen zich hebben kunnen uitzaaien is niet nodig, omdat deze toch niet terug zullen komen in het bloemrijk grasland. Voer het maaisel steeds af.

Beheer vanaf het tweede jaar van droog bloemrijk grasland

Vanaf het tweede jaar kunt u overgaan op één tot twee keer per jaar maaien en afvoeren. Maai jaarlijks steeds in dezelfde periode, met een speling van maximaal twee weken. Door een constant beheer wordt een stabiele bloemrijke vegetatie verkregen, doordat soorten zich in de vegetatie kunnen vestigen en handhaven. Als er nog veel voedingsstoffen in de grond zitten, is het nodig in de eerste jaren een stevig maaibeheer toe te passen om goed te verschralen. Vaak is twee keer maaien noodzakelijk. Extra ruige of snelgroeiende delen in het terrein kunnen nog vaker gemaaid worden. 

Beheer zeer vochtig hooiland en natte oeverdelen

Op vochtige locaties kan vanaf het eerste jaar na inzaaien alleen gemaaid worden op momenten dat de grond voldoende droog is, in de periode juli-november. Hiermee voorkomt u onnodige schade aan de vegetatie en bodem door maaivoertuigen. Een éénasser of rups-/amfibisch maaivoertuig is hierbij aan te bevelen. 

Grof of fijn beheer

Variatie in beheer geeft meer biodiversiteit. Als u kostenefficiënt wilt beheren, dan kunt u de bloemenweide in één keer in zijn geheel afmaaien en afvoeren. U levert dan wel in op biodiversiteit. Als u een verfijnder beheer voert en gefaseerd maait, dan kost dit iets meer inzet, maar u krijgt ook meer variatie in soorten en een bredere bloeispreiding richting het najaar en dus meer voedselbeschikbaarheid, ook voor de ‘late’ bijen en vlinders. 

Gefaseerd maaibeheer voor bijen en vlinders

Een bloemenweide legt u deels aan omdat het mooi is, maar zeker ook om de bijen en vlinders een handje te helpen. Het is daarom van belang dat er voor de bijen en vlinders dus steeds nectar en stuifmeel beschikbaar is. Als u de gehele bloemenweide er in één keer afmaait, dan ontstaat er een periode met te weinig aanbod. Door de bloemenweide ’gefaseerd’ te maaien genereert u bloeispreiding. Dit is niet alleen tijdens het zomerseizoen van belang, maar juist ook in het najaar. Veel bijen en vlinders vliegen rond tot eind oktober en hebben tot dan dus nog steeds nectar en stuifmeel nodig. Daarnaast kunnen door gefaseerd maaibeheer kortlevende en tweejarige plantensoorten goed in zaad komen en zich uitzaaien. Voorbeelden zijn Margriet, Peen, Slangenkruid of Zandblauwtje.

Bij een gefaseerd maaibeheer laat u steeds een deel van de vegetatie staan en maait u een deel af. Als beheerder kunt u hier mee spelen en ervaring opdoen. Kleinschalig kunt u allerlei fraaie patronen uitmaaien. Grootschalig zult u misschien eerder kiezen wat praktisch haalbaar is voor de beschikbare machine. Langs een weg kan bijvoorbeeld een strook gemaaid worden, waarmee u meteen ook zorgt voor meer verkeersveiligheid. Een gefaseerd maaibeheer werkt het beste bij een bloemenweide die al redelijk schraal is. In de beginjaren is het wellicht nodig een iets steviger maaibeheer aan te houden. 

Extensieve begrazing

Beheer door extensieve begrazing door bijvoorbeeld schapen is in sommige gevallen ook mogelijk. Wel kan het nodig zijn éénmaal per jaar te maaien om ruigtes te bestrijden, zoals distel en zuring. Intensieve begrazing kan echter weer schadelijk zijn voor de soortenrijkdom van de bloemenweide en voor de voedselbeschikbaarheid voor bijen. Maak hiervoor een plan samen met een deskundige. 

Ruigten

Laat plaatselijk ruigten ontstaan. Ruigten met hogere en in de winter overstaande planten zijn erg belangrijk voor veel insecten en dieren. U kunt deze laten ontstaan door hier en daar stukken begroeiing slechts eenmaal per 2 tot 5 jaar te maaien. Zo lang het niet teveel wordt, kunt u bijvoorbeeld het maaisel op het terrein zelf verwerken: deponeer het op een geschikte plek waar ruigte mag ontstaan. Hier hebben bepaalde dieren baat bij.

 

flower