Deze handleiding moet bovenal gezien worden als een richtlijn. Telkens weer blijken natuurlijke processen complexer dan wij denken en gaat de natuur zijn eigen weg. Nauwkeurige en voortdurende begeleiding door deskundigen ter plaatse geeft hierin het beste resultaat. Aangezien dit niet altijd tot de mogelijkheden behoort, hebben wij getracht u met enige richtlijnen niet geheel onbeslagen ten ijs te laten komen.
Ontdek meer over Cruydt-Hoeck's mengsels voor bloemrijk grasland:
G1, G2, G3, G4, M1, M4, M5
De uitgangssituatie en de gewenste inspanning
Voorbereiding van de zaailocatie
Van bloemrijk grasland spreken we als er sprake is van een weide waarvan de grond nauwelijks wordt verstoord en waarin naast grassen ook veel meerjarige bloemen voorkomen. Dit grasland wordt jaarlijks één tot twee keer gemaaid en heeft een relatief schrale bodem, of is voedselrijk maar jaarrond zeer vochtig. Bloemrijke graslanden kwamen zo?n vijftig tot honderd jaar geleden nog op grote schaal voor in Nederland. Door een eeuwenlange constante cyclus van maaien en hooien (en dus afvoeren) door boeren zijn deze bloemrijke hooilanden ontstaan. Mede door schaalvergroting van de landbouw, overbemesting, bestrijdingsmiddelen, verdroging en areaalverlies zijn deze nu veelal verdwenen. Op een voedselrijke bodem groeien grassen sneller en bieden daardoor meer concurrentie aan de bloemplanten. Naast het verlies van een grote variatie aan bloemsoorten is ook de bijbehorende fauna verdwenen. Voor veel insecten, bijen en vlinders zijn veel inheemse bloemen van essentieel belang voor hun voortbestaan. Door het terugbrengen van bloemrijke graslanden dragen we niet alleen bij aan de esthetische variatie van ons cultuurlandschap, maar geven we ook de natuurwaarden een nieuwe impuls.
Het aanleggen van een bloemrijk grasland in het openbaar groen kan een uitstekend alternatief zijn voor traditioneel groenbeheer. Op iedere plek waar een gemaaide grasvegetatie is, of is gepland, kan in principe een bloemrijk grasland aangelegd worden. Denk hierbij aan wegbermen, parken en plantsoenen, maar ook verkeersknooppunten zoals rotondes en klaverbladen. In tuinen en parken kan bloemrijk grasland aangelegd worden als zelfstandige bloemenweide, maar ook als onderbegroeiing van een fruitboomgaard, als oeverbegroeiing en als moerasvegetatie. Doordat er op het bloemrijk grasland een verschralingsbeheer wordt toegepast kan de maaifrequentie worden teruggedrongen tot één à twee maal per jaar. Soms is de uitgangssituatie dermate schraal dat maaien vele jaren niet nodig is. Dit kan vooral langs drukke wegen erg voordelig zijn.
Een mooie vegetatie is te maken door bloemrijk grasland met voor verwildering geschikte voorjaarsbloeiende bol- en knolgewassen te combineren. De vroege bloei van de bollen en knollen wordt opgevolgd door een bloeiende kruidenvegetatie. Terwijl het loof van de bollen en knollen afsterft staat de weide opnieuw in volle bloei. Het afsterven van het loof is van belang voor de bloei van de bollen en knollen in het volgende jaar. Door in de bloemenweide paden wekelijks te maaien kan de bloemenweide optimaal beleefd worden.
De uitgangssituatie en de gewenste inspanning
De essentiële voorwaarde voor een geslaagde bloemenweide is een geschikt milieu en dat betekent in eerste instantie: een passende bodem. Hierbij moeten we de soortenkeuze aanpassen aan de uitgangssituatie en kunnen we niet meer verwachten dan van nature mogelijk is. Heeft u toch uitgesproken verlangens wat betreft de soortensamenstelling, dan dient u allereerst te trachten een milieu te creëren dat voor de gewenste soorten mogelijkheden biedt.
Het kan zijn dat u een terrein in moet richten waar reeds waardevolle natuurlijke begroeiing aanwezig is. Besluit niet zo maar om de bestaande situatie overhoop te gooien. In sommige gevallen zijn reeds prachtige resultaten te bereiken als de bestaande situatie wordt versterkt en het beheer wordt verbeterd. Hierbij kunt u plaatselijk bijzaaien om extra soorten in het gebied te introduceren.
Wie geen mogelijkheden ziet tijd en energie te investeren in de zo essentiële aanleg van een goede uitgangssituatie moet het gebruik van onze mengsels in ieder geval met klem worden ontraden. Het op goed geluk uitstrooien van de zaden in bijvoorbeeld voor de soorten ongeschikte grond of in een bestaande dichte grasvegetatie loopt van nature op een mislukking uit.
Door de eerder genoemde verandering van onze omgang met het landschap zijn de gevarieerde zaadbanken in de bodem sterk afgenomen. Hierbij hebben vooral de bloemen het onderspit moeten delven. De herintroductie op natuurlijke wijze, dus door wind, water, vogels en andere dieren is een zeer langzaam proces, wat soms enkele honderden tot duizenden jaren in beslag kan nemen. Door handmatig in te zaaien met een wildebloemenzaden wordt de natuur een handje geholpen en wordt dit proces behoorlijk versneld.
Als we een bloemrijk grasland willen creëren en we hebben er voor gekozen in te gaan zaaien, dan is een goede voorbereiding van essentieel belang. Eerst dient men de wensen, omstandigheden en mogelijkheden zorgvuldig te inventariseren.
- Met welke grondsoort hebben we te maken.
- Hoe is de waterhuishouding van het in te zaaien perceel.
- Is de bodem voedselrijk of schraal.
- Is de bodem kalkrijk, neutraal of zuur.
- Bestaat het terrein uit meerdere grondsoorten.
- Heeft het terrein een verschillende of wisselende vochtigheid.
- Welke plantensoorten komen van nature in het gebied voor.
Nadat over de bovenstaande vragen enige duidelijkheid is ontstaan kan hier een passend mengsel bij worden gezocht. Achter in dit boekwerkje staan een aantal standaardmengsels die geschikt zijn voor verschillende doeleinden. Op verzoek kunnen wij, bij afname van ten minste een kilogram bloemenzaad, een aangepast mengsel voor uw maken. Informeert u naar de mogelijkheden.
In sommige, niet al te voedselrijke situaties kan Ratelaar (Rhinanthus) worden gezaaid. Door de introductie van deze op gras parasitair groeiende, éénjarige bloemplanten kunnen de grassen in de vegetatie enigszins worden onderdrukt. Hierdoor krijgen bloemen in een grasland meer kans om zich te ontwikkelen. Ratelaar maakt onderdeel uit van verschillende Cruydt-Hoeck mengsels, maar kan ook los bijgezaaid worden. Ratelaar dient tussen juli en de late herfst te worden gezaaid. Voor het zaaien dienen de aanwezige grassen kort te worden gemaaid zodat de zaden van Ratelaar bij de bodem kan komen. Als de grasmat te dicht is kan de grond eventueel een beetje worden opgeruigd. Op plaatsen waar de Ratelaar groeit en bloeit mag pas na de zaadzetting worden gemaaid, ongeveer na half juli.
Indien de bodem zeer voedselrijk is kan gekozen worden voor een kostbare, maar effectieve methode om de bodem reeds bij aanleg te verschralen. Dit kan door de vruchtbare teeltlaag af te voeren. Daarnaast kunnen de teeltlaag en de onderliggende schralere laag, indien aanwezig, omgewisseld worden, waarbij de teeltlaag naar beneden wordt gebracht en wordt afgedekt door de naar boven gehaalde schralere onderlaag. In sommige gevallen is ook het aanbrengen van een van buitenaf aangevoerde schrale grondsoort, bijvoorbeeld zand, op de bestaande bodem een mogelijkheid. Deze schrale laag kan enigszins door de onderliggende teeltlaag worden doorgewerkt. Hierbij spreken we wel van een laag van tenminste twintig tot dertig centimeter.
In vochtige situaties kunnen bij een schrale tot matig voedselrijke bodem bloemrijke situaties bereikt worden. Behalve bestaande vochtige terreinen omvormen naar bloemrijk grasland kunnen ook droge gronden (opnieuw) vernat worden. Voor een succesvol resultaat moet de bodem wel jaarrond vochtig blijven. Bij langdurige uitdroging van de bodem kan juist weer verruiging en vergrassing optreden. Denkt u bij de aanleg daarom goed na over de waterhuishouding in relatie tot het gewenste eindbeeld.
In een bloemrijk grasland zijn het vooral de gradiënten (overgangen) die de grootste soortenvariatie in zich hebben. Door het vergraven van het terrein ontstaan overgangen tussen droog en vochtig, voedselrijk en voedselarm, zuur en kalkrijk. Voedingsstoffen worden van hogere delen uitgespoeld naar de lagere delen in een terrein. Maak gebruik van dit gegeven bij het streven naar diversiteit. Hierbij kunnen bijvoorbeeld van de voedselrijke teeltlaag heuvels gemaakt worden, die worden afgedekt met een schralere laag. Door het aanbrengen van bosschages ontstaan bovendien gradiënten tussen licht en donker.
Voorbereiding van de zaailocatie
Alvorens we gaan zaaien moet het in te zaaien perceel goed voorbereid worden. Hierbij moeten we de aanwezige zode verwijderen of onderspitten of -ploegen. Zaaien in een bestaande grasmat heeft weinig effect. Ook het doorfrezen van de zode geeft meestal niet het gewenste resultaat. Bewerking als zijnde een akker is kortweg de eenvoudigste manier om het uit te leggen. Oftewel spitten of ploegen en daarna zaai klaar maken met bijvoorbeeld een cultivator met een kruimelrol. Ook moeten hardnekkige onkruiden zoals Ridderzuring, Akkerdistel en Kweekgras zoveel mogelijk verwijderd worden.
Indien er veel onkruidzaad in de bodem aanwezig is en als de situatie het toelaat is het maken van een vals zaaibed aan te bevelen. Hierbij laten we de onkruiden in het voorjaar massaal kiemen, waarna we de bovenlaag ondiep schoffelen. Door dit een aantal keer te herhalen zullen de meeste onkruidzaden in de bovenste vijf centimeter verdwenen zijn.
Op het moment dat u daadwerkelijk gaat zaaien kan dit op een technisch vergelijkbare manier gebeuren als wanneer men een grasveld zou inzaaien. Voor het inzaaien van een bloemenweidemengsel kunnen we uitgaan van gemiddeld 100 gram per are, oftewel een gram per vierkante meter.
Het inzaaien gaat het beste door het zaad te mengen met een vulmiddel. Meestal is iets vochtig zand hiervoor het meest geschikt en het makkelijkst verkrijgbaar. Ook zijn goede resultaten geboekt met gemalen graan. Met behulp van een vulmiddel wordt de massa van het zaaigoed sterk vergroot. Hierdoor kunnen de zaden beter en gelijkmatiger over het in te zaaien perceel verspreid worden en wordt voorkomen dat aan het begin van het perceel de zaden veel te dicht en aan het einde veel te dun zijn ingezaaid, wat in beide gevallen een teleurstellend resultaat zal geven.
Handmatig zaaien lijkt misschien, zeker bij grote oppervlaktes, arbeidsintensief, maar valt toch te prefereren boven machinaal zaaien. Doordat de verschillende soorten zaden nogal verschillen van formaat en vorm, is de kans op ongelijke verdeling over het perceel voor de hand liggend. Tevens wordt onnodige verdichting van de bodem door machines voorkomen.
Nadat de zaden min of meer gelijkmatig over het perceel zijn verdeeld kunnen deze licht ingeharkt worden. Bij erg luchtige grond zou ook nog een aandrukrol gebruikt kunnen worden.
In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij de aanleg van taluds bij autosnelwegen, kan het wenselijk zijn dat het talud snel begroeid raakt. Dit om uitspoeling van het vaak schrale zandlichaam tegen te gaan. Bij Hydro- of compostseeding wordt water vermengd met compost en wildebloemenzaden. Dit geheel wordt in een dunne laag over het zandlichaam gespoten. In deze dunne laag compost vindt het zaad voldoende voedingsstoffen om zich te vestigen en om de zandlaag vast te leggen. Wij verwijzen u graag door naar de in deze techniek gespecialiseerde bedrijven.
Voor het creëren van een duurzame bloemenweide is het in het jaar van inzaaien van belang de vegetatie volop kans te geven zich goed te kunnen ontwikkelen. In het eerste jaar kan dan ook weinig bloei verwacht worden, aangezien het vooral om meerjarige soorten gaat die in het eerste en tweede jaar een plant zullen vormen en vaak vanaf het tweede of derde jaar zullen gaan bloeien.
Door in het eerste jaar de vegetatie vier à vijf keer, tot minimaal 5 centimeter boven de bodem te maaien en het maaisel af te voeren, wordt deze gemiddeld niet hoger dan vijftien tot twintig centimeter. Hierdoor kan het licht doordringen tot op de ondergrond en kunnen zoveel mogelijk zaden kiemen en zich ontwikkelen. Bijkomend voordeel hierbij is dat ook de éénjarige snelgroeiende onkruiden zoals Melde en Perzikkruid weggemaaid zullen worden en snel weggeconcurreerd kunnen worden door vaste soorten.
Wanneer is gekozen voor het meezaaien van een mengsel van éénjarige akkerbloemen, omdat extra kleur in het eerste jaar gewenst wordt, probeert u dan de genoemde onkruiden tijdig handmatig te verwijderen. Maai dan zodra de akkerbloemen er niet langer aantrekkelijk uitzien, zodat licht op de bodem kan vallen voor vaste planten die nog kunnen kiemen. Voer het maaisel steeds af.
Vanaf het tweede jaar kan overgegaan worden op één tot twee keer per jaar maaien en afvoeren. Maai jaarlijks steeds in dezelfde periode, met een speling van maximaal twee weken. Door een constant beheer wordt een stabiele bloemrijke vegetatie verkregen, doordat soorten zich in de vegetatie kunnen vestigen en handhaven.
Ook kan gekozen worden voor gefaseerd maaien, waarbij delen van een terrein jaarlijks op verschillende tijdstippen gedeeltelijk wordt gemaaid. Hiermee blijven voedsel en schuilmogelijkheden voor insecten, vogels en zoogdieren beschikbaar. Door een vegetatie op schralere terreinen in bijvoorbeeld drie maaibeurten te maaien is er steeds bloei aanwezig voor nectar, hebben de planten de mogelijkheid zich uit te zaaien en is er toch enig beheer zichtbaar, wat vooral in bewoond gebied gewaardeerd wordt.
Het afvoeren van het maaisel is van groot belang, omdat hiermee voedingsstoffen worden afgevoerd. In sommige gevallen is het wenselijk dat het maaisel één of twee weken te laten liggen zodat het rijpe zaad van de bloemen er uit kan vallen en insecten de gelegenheid krijgen een ander heenkomen te zoeken.
Het verschralen van een perceel is een langdurig proces, waarbij op rijkere gronden misschien pas na vele jaren enig verschil waarneembaar is. Van belang is hierbij standvastig te zijn en door te gaan met het voorgenomen beheer en af en toe de situatie door een deskundige te laten bekijken. Door een tijdelijk afwijkend of fout beheer, bijvoorbeeld door het gebruik van een klepelmaaier, kan in één of twee jaar een verschralingsbeheer van vele jaren teniet worden gedaan. Het gebruik van een klepelmaaier is voor het bereiken en behouden van een bloemrijke situatie dus absoluut niet geschikt.



