Aanleg & beheer van Onderbegroeiing

Deze handleiding moet bovenal gezien worden als een richtlijn. Telkens weer blijken natuurlijke processen complexer dan wij denken en gaat de natuur zijn eigen weg. Nauwkeurige en voortdurende begeleiding door deskundigen ter plaatse geeft hierin het beste resultaat. Aangezien dit niet altijd tot de mogelijkheden behoort, hebben wij getracht u met enige richtlijnen niet geheel onbeslagen ten ijs te laten komen.

Ontdek meer over Cruydt-Hoecks mengsel voor een kruidachtige onderbegroeiing: O1


Waarom onderbegroeiing
Toepassingsmogelijkheden

Uitgangsmogelijkheden
Het zaaien
Beheer

Waarom onderbegroeiing
Een kruidachtige onderbegroeiing vormt een essentieel onderdeel van een houtige begroeiing. Onder bomen en struiken is de concurrentie met grassen vaak veel minder, doordat er weinig zonlicht beschikbaar is. Hierdoor hebben bloemen een betere kans. In een structuur van bomen, struiken en kruiden kunnen veel dieren voedsel en schuilmogelijkheden vinden.

 

Toepassingsmogelijkheden

Wilde planten kunnen goed toegepast worden als een kruidachtige begroeiing onder bomen en struiken. Niet alleen bossen, maar ook lanen, houtwallen, bosplantsoen en andere schaduwrijke plekken zijn voor een kruidenrijke vegetatie zeer geschikt. Met bollen en knollen, geschikt voor verwildering (zoals stinzenplanten) zijn mooie combinaties te maken.

 

Uitgangsmogelijkheden

Bij voorkeur is de grond die we zouden willen inzaaien al iets tot rust gekomen. In geroerde of sterk bemeste grond zien we vaak veel begroeiing van bijvoorbeeld Brandnetels en Bramen. Van belang is deze ruigtebegroeiing eerst grondig te verwijderen en de grond te laten rusten. Aangezien de concurrentie van gras minimaal is mag de grond best humus- en voedselrijk zijn.


Het zaaien

Hoewel we in een boomrijke omgeving de grond niet zaaiklaar zullen kunnen maken met groot materieel, komt de werkwijze wel overeen. Verwijder eerst de ongewenste onkruidbegroeiing. Maak de bovenlaag los indien deze is dichtgeslagen. Zaai de zaden en hark deze zeer licht in.

 

Beheer

Een kruidachtige onderbegroeiing zal zich, wegens de matige hoeveelheid beschikbaar licht, langzaam ontwikkelen. Een vast maaibeheer, waarbij op gezette tijden wordt gemaaid is hier dan ook minder van belang. Hier moeten jaarlijks, eventueel enkele keren, storende onkruiden verwijderd worden. Ook zaailingen van bomen zoveel mogelijk verwijderen, hoewel er hier en daar best een enkele zaailing mag doorgroeien tot een boom of struik als dit een wenselijke ontwikkeling betreft. Voor een natuurlijk beeld dienen de bomen en struiken zo nu en dan bij de grond te worden teruggezet. Doe dit gevarieerd. Op een open plek, ontstaan door een weggezaagde boom of struik, komt licht beschikbaar voor de ontwikkeling van de kruidachtige onderlaag.