Aethusa cynapium - Hondspeterselie | ![]() |
De Nederlandse naam is een letterlijke vertaling van de
soortnaam cynapium en is afgeleid van het Griekse woord kynos
(=hond) en van het Latijnse woord apium (=peterselie).
Aethusa komt van het Griekse werkwoord aitho (=ik glans) en verwijst naar de glanzende bladeren van de plant.
Aan de glimmende, onwelriekende bladeren heeft de plant ook zijn Friese naam Stjonkhorne te danken.
De witte bloemschermen met randbloemen verschijnen van juni tot november.
| Kleur: | Wit |
| Hoogte: | 5 t/m 125 cm |
| Bloeitijd: | juni t/m november |
| Planttype: | Eenjarig |
| 1000-zadengewicht: | 3 gram |
| Standplaats: | |
| Licht: | zon, halfschaduw |
| Vocht: | vochtig |
| Voedselrijkheid: | voedselrijke grond |
| Natuurlijke groeiplaatsen: | Akker, Grasland, Bosrand, Bos |
| Ecologische flora: | deel/pagina: 2:268 |
| Zaaiadvies: | |
| Omschrijving: In deel 1 van de Flora Batava van 1800 (een indrukwekkend 28 delen tellend boekwerk die verschenen zijn over een periode van 134 jaar) valt het volgende te lezen.
Aethusa cynapium - Gevaarlijke Tuin-scheerling In ruigten, en Moeshoven. De Plant, onwetend onder Kervel of Pieterselie, tusschen welke het veel groeit, gebruikt zynde, heeft meermalen dodelyke toevallen veroorzaakt; waarom de boven opgegeven kenmerken ter onderscheiding, wel behoren in agt genomen te worden. ? Verders minder schadelyk voor Dieren, uitgenomen voor Ganzen: (Linn. Reuss.) moet egter als onkruid in de Weiden gerekendworden. (Brugmans) Hier van voor Paarden schadelyke gevolgen ondervonden
| |




