Orobanche minor - Klavervreter | ![]() |
Sommige namen van planten spreken enorm tot de verbeelding. Bij de naam Klavervreter krijg ik gedachten naar een mythisch monster dat de Klaver te lijf gaat. Het 'monster' is slechts een plant maar wel een zeer bijzondere. Het is een parasiet die zijn voeding volledig uit zijn gastheer haalt. De soort kwam vroeger veel voor in klavervelden en kon daar zeer desastreus zijn voor de zaadoogsten. Met het verdwijnen van deze teelten, de verbeterde zaadschoningtechnieken en moderne landbouw is ze verworden tot een zeldzame plant.
| Kleur: | Bruin, Wit, Violet, Roodviolet, Paars |
| Hoogte: | 10 t/m 70 cm |
| Bloeitijd: | juni t/m augustus |
| Planttype: | Vast, Parasiet |
| 1000-zadengewicht: | 0,001 gram |
| Standplaats: | |
| Licht: | zon, halfschaduw |
| Vocht: | vochtig |
| Voedselrijkheid: | voedselrijke grond |
| Grondsoort: | klei |
| Natuurlijke groeiplaatsen: | Grasland, Helling |
| Rode lijst: | bedreigd |
| Ecologische flora: | deel/pagina: 3:243 |
| Zaaiadvies: | |
|
Zaaien in de nazomer of herfst bij rode klaver, witte klaver en andere vlinderbloemigen. | |
| Achtergronden: De soort wordt door C.A.J. Kreutz in het boek Orobanche The European broomrape species gemeld op Rode klaver (Trifolium pratense), Witte klaver (Trifolium repens), (Trifolium medium) maar ook op andere Fabacea en Asteracea. In cultuur groeit de plant ook op Gewone rolklaver (Lotus corniculatus) en Luzerne (Medicago sativa). Bij onderzoek in Amerika lukte het de zaden ook te kiemen op Tropaeolum, Hypocharis radicata, Wortel (Daucus) en Sla (Lactuca). | |




