Aanleg & beheer van ruderale mengsels
Deze handleiding moet bovenal gezien worden als een richtlijn. Telkens weer blijken natuurlijke processen complexer dan wij denken en gaat de natuur zijn eigen weg. Nauwkeurige en voortdurende begeleiding door deskundigen ter plaatse geeft hierin het beste resultaat. Aangezien dit niet altijd tot de mogelijkheden behoort, hebben wij getracht u met enige richtlijnen niet geheel onbeslagen ten ijs te laten komen.
Ontdek meer over Cruydt-Hoeck's ruderale bloemenmengsel: B1
Wat zijn ruderale mengsels
Toepassingsmogelijkheden
Het zaaien
Beheer
Wat zijn ruderale mengsels
Ruderale vegetaties ontstaan vaak op plaatsen waar de grond regelmatig, maar niet persé jaarlijks verstoord wordt en zou daarom ook ?storingsvegetatie? genoemd kunnen worden. Ruderale soorten gedijen vaak goed in bewoond gebied, zoals bijvoorbeeld boerenerven, verlaten moestuinen, rondom composthopen en braakliggende terreinen. Deze vegetaties bestaan uit éénjarige soorten die we ook tegenkomen in ons mengsel éénjarige akkerbloemen, maar bestaat verder ook uit tweejarigen en (vaak kortlevende) meerjarige soorten. De soorten in ruderale mengsels zijn rijk bloeiend en geven meteen vanaf het eerste jaar na inzaaien een kleurrijk resultaat. Een niet te schrale, normale bodem is gewenst.
Ruderale mengsels zijn met name bedoeld voor het zaaien in bewoond gebied, op plaatsen waar redelijk snel, maar wel voor meerdere jaren een kleurrijke vegetatie gewenst is. Denk hierbij aan middenbermen binnen de bebouwde kom, in tuinen, parken en plantsoenen, maar ook ?tijdelijke natuur? op braakliggende terreinen. Door zijn weelderige karakter is een ruderaal mengsel vaak bij uitstek geschikt voor kinderspeelplaatsen. Voor het voortbestaan van de soorten is enige verstoring en betreding door de kinderen soms juist gewenst, hoewel alles met mate natuurlijk. De mengsels zijn minder geschikt voor de toepassing in het buitengebied en zéker niet voor natuurontwikkeling.
Voor het inzaaien van ieder willekeurig mengsel kan men op een vergelijkbare manier te werk gaan als bij het inzaaien van een grasveld.
Bij het inzaaien van ruderale mengsels kunnen we uitgaan van gemiddeld 100 gram per are ofwel een gram per vierkante meter. In situaties waarbij beschadiging van de bloemvegetatie te verwachten is, bijvoorbeeld bij kinderspeelplaatsen, kan iets dichter worden gezaaid, om zo voldoende zaadvoorraad in de bodem te hebben.
Het inzaaien gaat het beste door het zaad te mengen met een vulmiddel. Meestal is iets vochtig zand hiervoor het meest geschikt en het makkelijkst verkrijgbaar. Ook zijn er goede resultaten geboekt met gemalen graan. Met behulp van een vulmiddel wordt de massa van het zaaigoed sterk vergroot. Hierdoor kunnen de zaden beter en gelijkmatiger over het in te zaaien perceel verspreid worden en wordt voorkomen dat aan het begin van het perceel de zaden veel te dicht en aan het einde veel te dun zijn ingezaaid, wat in beide gevallen een teleurstellend resultaat zal geven.
Handmatig zaaien lijkt misschien, zeker bij grote oppervlaktes, arbeidsintensief, maar valt toch te prefereren boven machinaal zaaien. Doordat de zaden nogal verschillen van formaat en vorm, is de kans op ongelijke verdeling over het perceel voor de hand liggend. Tevens wordt onnodige verdichting, door zware machines, van de bodem voorkomen.
Nadat de zaden min of meer gelijkmatig over het perceel zijn verdeeld kunnen deze licht ingeharkt worden. Bij erg luchtige grond, bijvoorbeeld als er een freesmachine is gebruikt, zou ook nog een aandrukrol gebruikt kunnen worden.
Een vegetatie met ruderale soorten kan in het najaar gemaaid worden om de ergste verruiging te voorkomen. De bodem mag plaatselijk iets beschadigd worden om ook na het tweede jaar de éénjarige bloemen een kans te geven. Eventueel kan, afhankelijk van het ontstane beeld na een jaar of drie tot vijf de gehele vegetatie opnieuw goed losgewoeld worden met bijvoorbeeld een frees of cultivator. Hiermee wordt het proces opnieuw gestart. Eventueel kan er iets bijgezaaid worden. Indien de vegetatie alleen gemaaid wordt, zullen de één- en tweejarige soorten na verloop van tijd verdwijnen.



