Aanleg en beheer van akkerbloemenvegetaties
vlinder flower
Aanleg en beheer van akkerbloemenvegetaties

Aanleg en beheer van akkerbloemenvegetaties

Bodemgesteldheid

Akkerbloemen kunt u in principe op elke grondsoort toepassen die ook geschikt is als akker, bij voorkeur een goed doorlatende, matig vochtige bodem. Natte grond is ongeschikt. De grond mag arm tot matig voedselrijk zijn. Bij zéér arme grond kan enige organische bemesting (geen kunstmest of drijfmest) zelfs gewenst zijn. Afhankelijk van uw grondsoort en voorbereiding zullen de resultaten verschillend zijn. Soorten als Wilde ridderspoor en Akkerboterbloem doen het beter als de grond basisch is (meer kalkrijk). Als de grond erg vochtig wordt zullen de Papavers verdwijnen of zelfs nooit verschijnen. Korenbloemen houden niet van veengrond of zware klei. Elke soort heeft zo zijn voorkeur, maar op een ‘akker’ met goede, neutrale tot iets kalkrijke grond zullen de meeste akkerbloemen wel bloeien.

Voorbereiding van de zaailocatie

Voordat u kunt zaaien, moet het perceel goed voorbereid worden. Bewerk de locatie als zijnde een akker. Maak het perceel vrij van alle aanwezige vegetatie. De eerste keer kunt u spitten of ploegen en daarna zaaiklaar maken met bijvoorbeeld een cultivator met eventueel een kruimelrol. Indien het terrein erg verruigd is, dan eerst de onkruiden zoals Ridderzuring, Akkerdistel, Windeen Kweekgras zoveel mogelijk verwijderen. Als er veel onkruidzaden in de grond zitten, is een ‘vals zaaibed’ sterk aan te bevelen. Vanaf het tweede jaar kunt u het beste alleen niet-kerende grondbewerking toepassen, bijvoorbeeld jaarlijks eggen met schijfeg en cultivator en dan niet meer omploegen.

Zaaitijd

Een akkerbloemenmengsel kan in principe jaarrond gezaaid worden, maar het liefst in het najaar of in het voorjaar. Als u in het najaar zaait, zullen de winterannuellen zoals korenbloem en klaprozen zich beter ontwikkelen. Winterannuellen zijn éénjarigen die deels al in het najaar kiemen. Als u in het voorjaar zaait, zullen voornamelijk Kamille en Gele ganzenbloem zich goed ontwikkelen. In iedere situatie, grondsoort en zaaitijd zullen weer andere soorten de boventoon voeren.

Beheer in het eerste jaar

Als de kiemplanten enigszins ontwikkeld zijn, is het aan te bevelen om storende onkruiden zoals Ridderzuring, Melde en Perzikkruid weg te wieden. Verder kunt u de akkerbloemen hun gang laten gaan. Vergeet vooral niet ervan te genieten.

Beheer in volgende jaren

Als u jaarlijks wilt genieten van akkerbloemen, dan moet u de bodem iedere jaar oppervlakkig bewerken. Laat eerst de planten goed uitzaaien. Door in de eerste jaren steeds een beetje bij te zaaien, ontwikkelt zich een goede zaadbank (zaadvoorraad in de grond). Probeer alleen de bovenste vijf tot tien centimeter van de grond te roeren met een frees of cultivator. Juist niet diep ploegen, want daarmee werkt u de zaden te diep onder. Indien de vegetatie steeds voldoende kans krijgt zich uit te zaaien, zal er daarna voldoende zaad beschikbaar zijn en kunt u, bij goed beheer, jarenlang van uw veld met akkerbloemen genieten. Eventueel kunt u na een aantal jaren bepaalde soorten iets bijzaaien als soorten dreigen te verdwijnen. Hebben uw akkerbloemen een duidelijke publieksfunctie, dan is jaarlijks bijzaaien zeker aan te bevelen.