Biodiversiteit omvat meer dan bijen en vlinders!
vlinder flower
Biodiversiteit omvat meer dan bijen en vlinders!

Biodiversiteit omvat meer dan bijen en vlinders

In de media ligt de nadruk vaak op bijen en vlinders als het gaat over de achteruitgang van insectensoorten. Maar de biodiversiteit – de rijkdom aan soorten – in inheemse bloemenweides en hagen omvat zoveel meer.

Ongeveer vijf jaar geleden plantten we op de percelen van Cruydt-Hoeck de eerste inheemse hagen aan met soorten als hazelaar, wilg, vlier, meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Een haag aanleggen langs akkers draagt – mits niet te intensief gesnoeid - direct bij aan de biodiversiteit. Door hagen langs en door onze bloemenvelden aan te leggen bieden we dieren zoals hazen, muizen en reeën een veilige route om van het ene bosje naar de andere bomensingel te komen. De lijnvormige elementen vormen de snelwegen voor zoogdieren, waaronder ook vleermuizen. 

De hagen bieden daarnaast aan vogels voedsel, nest- en schuilgelegenheid, maar ook aan bijen, vlinders en vele andere insecten, mijten, gallen en schimmels. Dat is goed te zien in onze hagen. Tijdens onze maandelijks teamoverleg waarbij we ook altijd een wandeling over de velden maken, ontdekten we op een hondsroos (Rosa canina) de rups van de wapendrager (een vlinder die eruit ziet als een takje, een fenomenale camouflage) en vier prachtige mosgallen. En dat op één struik! Enthousiasme alom.

Op de wilg daarnaast vonden we gallen veroorzaakt door de schietwilgbladrandmijt en de gewone blaasbladwesp. Gallen zijn wonderlijke, soms kleurige vergroeiingen van het plantenweefsel die door galwespen, galmuggen, galmijten, maar ook bacteriën en schimmels worden veroorzaakt als ze hun eitjes afzetten op blad of stengel.

Op de vraag ‘Wat is het nut van een gal’ heeft onze bloemenweideadviseur en gallenexpert Roelof Jan Koops geen antwoord. ‘De gal zelf heeft niet direct nut; ze bestaan en dat mag.’ Maar goed, voordat u in een diepgaand verhandeling over gallen beland… De essentie van dit verhaal is dat inheemse struiken verbinding aangaan en relaties ontwikkelen met andere organismen; met bodemdieren, insecten, vogels, maar dus ook met onopvallende gallen, mijten of de wat minder mediagenieke wespen.

Ditzelfde gaat ook op voor een bloemenweide: op en rondom wilde planten leven vele organismen die we niet zien op het eerste oog of die net wat minder aantrekkelijk zijn dan een gehakkelde aurelia of atalanta. Maar wel een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit en daarmee de veerkracht van ecosystemen. Hoe ouder de inheemse haag of de bloemenweide is, hoe meer organismen kunnen profiteren en samenwerken binnen deze landschapspelementen.

 

 

Rupsen van de wapendrager op wilg.

Mosgal op hondsroos

Rups van de wapendrager