De levende tuin
vlinder flower
De levende tuin

De levende tuin

Datum: 14 oktober 2020

Hoe breng je meer leven in je tuin? Het antwoord is net zo eenvoudig als complex. De relatie tussen wilde planten, bodem, insecten, vogels en andere dieren is als een interactief web. Ieder dier en iedere plant heeft zijn eigen behoeftes, afhankelijkheden of dient weer als voedsel voor de ander. Daarom is een integrale benadering essentieel om de biodiversiteit in tuinen te verhogen. Met andere woorden: hoe meer verschillende natuurlijke elementen en groeiomstandigheden (zon/schaduw, droog/nat) je aanbiedt in de tuin, hoe meer ‘leven’ je mogelijk maakt. 

Onze gouden tip hierbij is: zaai inheemse zaden! Creëer een mooi bloemenweitje of border, of zaai in een grote bloempot (ongeveer 30 centimeter diep). Daar komen veel insecten op af: hommels, bijen, zweefvliegen, vlinders en wantsen. Een bloemenweide, klein of groot, draagt bij.

       Wat zaai je in de tuin?
  • Fijne mengsels om te zaaien in een achtertuin zijn bijvoorbeeld N1 en G1 . Let erop dat je het mengsel kiest wat bij de grondsoort past. 
  • Hier vind je losse soorten om te zaaien die niet woekeren en daarom geschikt zijn voor de tuin.
  • Of kijk in onze webshop zelf wat bij jouw tuin en grondsoort past!

Maar je kunt nog meer doen! Insecten halen nectar in de bloemenwei of eten zaadjes van planten in de herfst. Weer anderen leggen hun eitjes op blad en stengel van een specifieke plantensoort. Ook gebruiken insecten de bloemenweide als schuilplek of overwinteren in de wei als vlinder of als pop. Wil je deze dieren op de lange termijn de mogelijkheid geven om zich voort te planten en te overleven, dan komt er ook slim maaibeheer (of in het geval van een kleine tuin of een bloempot: snoeien met een heggenschaar werkt ook uitstekend!) om de hoek kijken. Het is bijvoorbeeld zonde als je zou maaien wanneer er net een rups van de Koninginnepage op Peen (Daucus carota) zit. En wanneer je direct na de bloei van planten maait, kunnen ze geen zaad zetten. Het vergt dus een alert oog van jou en een goede timing. 

Naast het planten en zaaien van inheemse bloemen in je tuin, kun je ook inheemse bloembollen, bomen en struiken de ruimte geven, een waterpoeltje (in een cementkuip of kleine schaal) realiseren of het bodemleven verbeteren (niet schoffelen, geen bladeren en plantenresten opruimen). 

Het Deltaplan geeft nog meer goede en praktische tips op Maak grijs groener. Of vraag hulp aan de tuinprofessionals van Wilde Weelde.

Hoe onderhoud je een bloemenweitje of oase in pot?

Maai of snoei altijd in fases om planten de kans te geven zaad te zetten en zich zo uit te zaaien, maar ook om insecten voedsel te blijven bieden of een plek om te schuilen. Idealiter maai of snoei je in september of oktober – na de zaadzetting – de linkerkant van de bloemenweide en in april de rechterkant. Of andersom natuurlijk. Door midden in het groeiseizoen een beperkt deel van de bloemenweide te maaien, zorg je voor langere bloei in het najaar. Dit is prettig voor insecten.  
  
Maai of snoei op ongeveer 5 tot 10 centimeter hoogte. Het maaisel voer je af. We raden wel aan om het maaisel een dag te laten liggen zodat insecten een nieuwe schuilplek kunnen vinden.