Even voorstellen Thijs Gerritsen!
vlinder flower
Even voorstellen Thijs Gerritsen!

Even voorstellen.

Thijs Gerritsen.

 

Functie: Bloemenweide adviseur Cruydt-Hoeck sinds augustus 2016

Werkzaamheden: bloemenweideadvies, bestellingen en offertes verwerken, voorbereiding speciale projecten, veldbezoeken en het geven van cursussen.

Opleiding: Diermanagement, specialisatie Wildlife Management: onderzoek honingbijen en wilde bijen in de stad.

Neven werkzaamheden: Sinds januari project Aardhommels voor hogeschool Van Hall Larenstein te Leeuwarden.



Lees onderstaand blog van Thijs om alles te weten te komen over bijen in Nederland. Hoeveel soorten zijn er eigenlijk? Welke invloed hebben wilde bloemenweides op deze bijzondere diertjes?

 Aandacht voor bijenpopulaties is belangrijk

Omdat bijen zeer belangrijk zijn voor de bestuiving van bloeiende plantensoorten lopen deze planten ook een risico als de bijen en andere bestuivers verdwijnen. Anderzijds zijn bijen zeer afhankelijk van genoeg bloeiende planten in hun omgeving. Bijen eten immers alleen maar stuifmeel en nectar. We zien dat ook aantallen en soorten wilde planten de laatste jaren netto achteruit zijn gegaan in Nederland, parallel aan de achteruitgang van bijensoorten. Voor mensen en onze voedselproductie kan dit ook gevolgen hebben. Wij eten namelijk veel vruchten die tot stand komen door bestuiving. Voor granen, mais (en dus melkproductie), en dingen als aardappelen is bestuiving niet relevant. Deze bestuiven zichzelf middels de wind, of worden aangeplant. Voor soorten die in kassen worden geteeld, zoals tomaten zijn wij ook niet afhankelijk van wilde bestuivers. Hiervoor worden gekweekte hommels in gezet, met natuur of wilde dieren heeft dat niks te maken. Waar wilde bijen wel een belangrijke rol in spelen is de productie van dingen die wij in de buitenlucht produceren zoals appels en blauwe bessen. Hiervoor zijn wilde bijensoorten bijna nog belangrijker dan een gehouden soort als de honingbij.

Soorten

In Nederland zijn 358 soorten bijen waargenomen. Op de honingbij na zijn dit allemaal wilde dieren. Sommige kunnen we vaak tegen komen, net als koolmezen en merels, andere soorten zijn erg zeldzaam en afhankelijk van enkele specifieke gebieden in Nederland, vergelijkbaar met bijvoorbeeld een zeearend. In bijgaande grafiek is blijkt dus dat er meer bijensoorten in Nederland zijn waarmee het de verkeerde kant op gaat of zelfs al is gegaan maar ook dat er soorten zijn waar het goed mee gaat. Een nog grotere groep is stabiel.

 bron: bestuivers.nl

 Daling populatie bijen

Er zijn allerlei redenen waarom wilde bijen achteruit gaan of zijn verdwenen uit Nederland. Grofweg zien we dat de mens steeds dominanter is gaan bepalen hoe het landschap er uit ziet. Door agrarisch gebruik en verstedelijking/infrastructuur worden alle groeiplekken steeds voedselrijker, droger, zuurder, en raken plekken waar veel planten en dieren nog leven (natuurgebieden) versnipperd en geïsoleerd. Als beesten of planten toch nog stand weten te houden komen ze vervolgens in contact met gifstoffen en andere schadelijke ingrepen. Grote delen van Nederland zijn door al deze zaken ontdaan van hun eens kenmerkende bodem, vochttoestand, en dus vegetatie, en daardoor minder geschikt tot ronduit vijandig voor bijensoorten. Veel bijensoorten kunnen zich echter wel aanpassen. Naast natuurgebieden (belangrijkste plekken voor wilde bijen) worden steden wel gezien als de op één na belangrijkste plekken voor bijen. In steden laten wij de natuur namelijk steeds meer toe t.b.v. recreatie en een gezonde leefomgeving. Bijen profiteren daarvan.

 

Rol van gif

In het huidige debat speelt gif een grote rol. Dat is terecht want de schadelijke gevolgen voor o.a. bijen staan als een paal boven water, met name als het gaat om de zogenaamde neonicotinoïden. Voor toelating worden deze zenuwgifstoffen getest in het lab op hun schadelijkheid. Vergeleken met de situatie in het veld zijn deze testen echter weinig representatief: blootstelling zijn kortstondig of met onrealistische doseringen, de focus ligt op de vraag of een beest er acuut aan sterft i.p.v. niet-dodelijke maar wel schadelijke effecten op de populatie, zoals verminderd oriëntatie vermogen, en er is geen aandacht voor zogenaamde cocktail-effecten die ontstaan als er verschillende neonicotinoïden en andere giftig stoffen worden toegepast (wat in de praktijk wel gebeurt). Hoe deze zaken in de praktijk hun weerslag hebben op bijen is voor veel soorten onbekend. Op basis van onderzoek aan honingbijen en hommels weten we steeds meer en zijn er sterke aanwijzingen dat beesten significant slechter af zijn als zij in contact komen met neonicotinoïden. Op basis van een voorzorgsprincipe zou een verbod dus een goede zaak zijn, zodat gezocht kan worden naar alternatieven.

 

Een stap in de goede richting

Anderzijds zijn de problemen van veel soorten breder dan alleen gif. Voor soorten die alleen nog maar leven in natuurgebieden zijn gifstoffen waarschijnlijk geen eerste prioriteit, maar vooral het verdwijnen van leefgebied en voedsel door o.a. verdroging, vermesting en verzuring. Het agrarisch gebied is sowieso al geen geschikt leefgebied voor de meeste wilde bijen door de manier waarop wij boeren t.b.v. de wereldmarkt. Gif maakt daar deel van uit, maar als er behalve het niet meer toepassen van gif niets veranderd zijn we er nog niet. Voor bijen in het algemeen denk ik dat het minstens zo belangrijk dat wij op een andere manier met ons landschap omgaan, uitbannen/terugdringen van (kunst)mestgebruik, verbeteren van het waterbeheer, en verminderen van frequente bodembewerking zijn daarin ook belangrijk. Zorg dat wilde planten er weer kunnen groeien. Stoppen met het toepassen van gifstoffen en overdadig veel meststoffen, ook uit andere industrieën kan een eerste goede stap zijn

 

Steentje(bloemetje) bijdragen in eigen tuin

Wat je zelf voor bijen kunt doen is ruimte geven aan meer natuurlijke dingen in je eigen omgeving, en aangeven dat je hier waarde aan hecht in de openbare omgeving. Inheemse wilde planten zijn daarin erg belangrijk voor bijen. Veel soorten bijen zijn niet erg kieskeurig in hun plantkeuze, bijna elke bloeiende plant heeft dus waarde. Inheemse en vaste planten zijn vaak wel nuttiger dan uitheemse en/of éénjarige soorten, omdat ze jaar na jaar voor bloei kunnen zorgen. Bijen die wel specialistisch zijn vliegen ook bijna niet op éénjarige akkerkruiden maar op vaste- en/of graslandsoorten, bijvoorbeeld klokjes (Campanula), gele composieten als havikskruiden, leeuwentanden, streepzaden, biggenkruid, maar ook boerenwormkruid, of soorten uit de families van de  lipbloemigen en vlinderbloemigen. Het belangrijkste is echter om soorten toe te passen die bij de lokale omstandigheden passen. Een goede match tussen plant en plek geeft het duurzaamste resultaat voor bijen. Vergeet ook niet dat bijen ergens hun nest moeten maken. Verreweg de meeste soorten graven in de grond. Bijenhotels zijn leuk, maar een open bodemstructuur is ook erg belangrijk

 Vragen of hulp of advies nodig bij het samenstellen van je bloemenweide geschikt voor bijen?  Email Thijs