Hoe trek je meer vlinders naar je tuin?
vlinder flower
Hoe trek je meer vlinders naar je tuin?

Maak van je tuin een vlinderparadijs

Blog door onze vlinderspecialist Gabriëlle Jager

Iedereen kent wel de Vlinderstruik (Buddleia sp.) die in de zomer met haar zoete nectar veel vlinders naar onze tuinen lokt. Maar we vergeten weleens dat vlinders het grootste deel van hun leven een heel andere gedaante hebben, namelijk die van rups. Als je vlinders een vast plekje in je tuin wilt geven, vergeet dan zeker de rupsen niet. Dat doe je het beste met inheemse planten. Wees niet bang voor planten die kaalgevreten worden, want in de meeste gevallen zul je niet eens merken dat er rupsen in je tuin leven. Lees hier hoe je vlinders ertoe kunt verleiden dat ze hun nakomelingen aan jouw tuin en groene vingers toevertrouwen.

Warm en beschut

Allereerst houden vlinders van warmte en beschutting. Ook als rups hebben ze vaak een (deels) zonnig en windstil plekje nodig waar ze rustig aan hun waardplant (vaak specifieke voedselplant van een rups) kunnen knagen. Zorg dus met bomen en struiken voor een beschut plekje op het zuiden.

Inheemse planten en waardplanten

Nu we het toch over struiken hebben, kan ik maar beter gelijk noemen dat je voor inheems moet gaan en bij voorkeur plantgoed van Nederlandse herkomst. Dit sluit het beste aan bij de behoeftes van onze insecten.
Struiken zijn overigens een onmisbare schakel in een vlinderrijke tuin. Neem het Sporkehout, de belangrijkste waardplant voor Boomblauwtje en Citroenvlinder. Zo bescheiden als deze plant oogt, zo waardevol is ‘ie. De plant is niet alleen belangrijk voor vlinders maar zeker ook voor (wilde) bijen en hommels, die ’s zomers de bloemen bezoeken. Deze soort doet het vooral op zandgrond goed. Andere belangrijke waardplanten voor het boomblauwtje zijn de wintergroene Hulst, Rode Kornoelje en Klimop, waarvan de laatste tijdens de bloei in de herfst een magneet is voor volwassen vlinders. Ook Aalbes mag niet ontbreken, als waardplant voor de prachtige Gehakkelde aurelia. De besjes mag je zelf opsmullen of dat laat je aan de vogels over.
Een andere plant waar behalve de rupsen van Gehakkelde aurelia ook die van Dagpauwoog, Atalanta en Kleine Vos op te vinden zijn, is de beruchte Grote brandnetel. Toch is het heel waardevol om voor deze soorten achter in de tuin een klein plukje brandnetel te laten staan. Je zult er geen spijt van krijgen!

De Blauwtjes

Omdat het Boomblauwtje twee generaties per jaar heeft en heel specifiek alleen bloemen en vruchten eet, gebruikt zij ’s zomers weer andere waardplanten dan in het voorjaar. ’s Zomers is naast Klimop, Grote Kattenstaart een belangrijke waardplant, die behalve aan de vijveroever ook goed op drogere plaatsen groeit. De roze pluimen zijn een lust voor het oog en trekken met hun nectar bovendien veel vlinders. In grotere tuinen heb je zelfs kans om andere blauwtjes aan te trekken. Voor het zusje van het Boomblauwtje, het Bruin blauwtje, kun je op een schraal en warm plekje Bermooievaarsbek aanplanten of inzaaien en wie weet komt er wel een vrouwtje voorbij met hoge nood. Het eveneens verwante Icarusblauwtje heeft haar leven ingericht rondom de Gewone of Moerasrolklaver, waarvan de rupsen het blad eten en de vlinders de nectar. Rolklaver groeit overal, is bovendien een uitstekende soort voor wilde bijen en heeft juweeltjes van bloemen.

Het Oranjetipje

Om in het voorjaar de ultieme lentebode, het oranjetipje, naar je tuin te lokken, helpt het om de pinksterbloemen in je gazon te laten staan en tot eind juni niet af te maaien. Hier drinken niet alleen de vlinders van, maar zetten ze ook hun oranjegekleurde (!) eitjes op af, waarna de rups van de vruchtjes eet. Andere waardplanten voor Oranjetip zijn Look-zonder-look en Tuinjudaspenning - die het liefst in de halfschaduw staan -, Barbarakruid en de sierlijke Damastbloem. Klein en Groot koolwitje en Klein geaderd witje maken gebruik van dezelfde waardplanten.

Andere graag geziene gasten

Ook de Kleine vuurvlinder heeft het liefst wat schralere zandgrond met Schapen- of Veldzuring om zich voort te planten. Wees niet bang voor stukjes kale grond. Deze warmen het snelst op, waar rupsen van houden.

Een vlinder die iedereen wel als gast in zijn tuin wil ontvangen en waarvan we zelfs de exotisch gekleurde rups zouden omarmen, is de Koninginnenpage. De rups van deze zuidelijke soort die steeds vaker noordelijk in ons land verschijnt, houdt van schermbloemen als Peen, maar kun je in de moestuin ook op gecultiveerde wortels, Venkel en Dille tegenkomen.

Voor de oplettende tuinier is er een kleinood dat niet in de tuin mag ontbreken: het muntvlindertje. Dit is een bontgekleurde micronachtvlinder die als waardplant diverse muntsoorten (bijvoorbeeld Watermunt) aanwendt, maar ook Wilde marjolein.

Nectarkanjers

Zo komen we op de inheemse nectarplanten die in een vlindertuin niet mogen ontbreken. Wilde marjolein is er daar één van, een zomerbloeier met een grote aantrekkingskracht op velerlei vlinders. Knoopkruid en de verwante Grote centaurie, maar ook Beemdkroon en de gelijkende Duifkruid en Blauwe knoop zijn toppers. Koninginnenkruid is er ook zo een, bijzonder geschikt voor de halfschaduw of de vijveroever. Nectarkanjers noem ik ze graag. Zorg ervoor dat je het hele jaar door nectar aanbiedt. Vooral in het vroege voorjaar en de herfst kan dat een uitdaging zijn. Denk als vroege bloeiers naast Pinksterbloem en Tuinjudaspenning aan Wilg, Sleedoorn, fruitbomen, Speenkruid en spaar de Paardenbloemen. Denk voor de nazomer naast Klimop aan bijvoorbeeld Wilde hemelsleutel.

Voor de nachtvlinder

Vergeet ook de nachtvlinders niet door bijvoorbeeld Wilde kamperfoelie, Avondkoekoeksbloem en Middelste teunisbloem toe te passen. Dat de Wilde kamperfoelie pas ’s avonds haar bedwelmende geur echt laat gelden is niet voor niets. Als waardplant hebben nachtvlinders een bijzonder uitgebreid palet, waar, behalve kruiden, inheemse bomen en struiken een belangrijk deel van uitmaken. Er geldt: hoe meer soorten, hoe meer vreugd’.

Onderhoud voor je vlinderrijke tuin

Wat betreft het onderhoud: vlinders en met name hun rupsen houden niet van maaien of snoeien. Als het toch nodig is om openheid in de vegetatie te bewaren (en dat moet soms), doe het dan bij voorkeur in de nazomer, gefaseerd en niet te rigoureus en geef de rupsen 2-3 dagen de tijd om uit het maaisel te kruipen. Maak als het kan een natuurlijk verloop van vooraan lage planten, achteraan hogere soorten met een geleidelijke overgang naar struiken en vervolgens bomen. Hoe meer divers de vegetatiestructuur, hoe beter.

Hoewel deze blog lang niet uitputtend is en elke inheemse plant weer z’n eigen unieke relaties met onze fauna kent, weet ik zeker dat je met deze tips je tuin tot een vlinderparadijs kunt omtoveren. Zo ontdek je wat een voldoening het geeft om niet alleen van inheemse bloemen, maar ook van de ‘vliegende bloemen’ die hierdoor aangetrokken worden te kunnen genieten!