'Ik denk dat weinig plekken in Den Haag zoveel insecten aantrekken'
vlinder flower
'Ik denk dat weinig plekken in Den Haag zoveel insecten aantrekken'

'Ik denk dat weinig plekken in Den Haag zoveel insecten aantrekken'

Sigrun Lobst – o.a. Springzaad en ontwerper van de Speeldernis in Rotterdam - maakte het ontwerp samen met Wouter van Santen van Biotooptuinen die de natuurlijke beweegtuin (Wellerdieck-de Goede Beleeftuin) van het HagaZiekenhuis aanlegde. Resultaat is een klein wild paradijs. Cruydt-Hoeck sprak van Santen over zijn aanpak.

‘Ik wil bijdragen aan de biodiversiteit, dus er staan ontzettend veel wilde plantensoorten, maar ook inheemse hagen met Meidoorn, Gele kornoelje, Boswilg en Sleedoorn. Ik zie ook veel vogels; gekraagde roodstaarten, heggenmussen… vandaag nog een zwerm putters. Ik denk dat weinig plekken in Den Haag zoveel insecten aantrekken. De duinen uitgezonderd.’

Het HagaZiekenhuis – het belangrijkste ziekenhuis van Den Haag, vroeger het Leyenburg – had een onder architectuur aangelegde tuin van een halve hectare. Maar het ziekenhuis kon zelf eigenlijk weinig met de tuin; het was toegankelijk als openbaar groen en buurtbewoners lieten er hun hond uit. De wens was om er een beweeg- en relaxtuin voor fysiotherapiepatiënten. De in het najaar van 2018 aangelegde tuin heeft daarom veel paden met diverse halfverhardingen, die een uitdaging vormen aan de gebruikers, maar ook gelegenheid bieden te verwijlen en te genieten van de dynamische tuin. Lopend, oefen je op speelse wijze met trappetjes, hellingen, stapstammen, en spelletjes voor oog-handcoördinatie. ‘Mijn wens is dat patiënten hier kunnen ontsnappen aan de kliniek, tot rust kunnen komen, genieten van de bloemen en wat oefeningen kunnen doen.’

‘Een ecologisch hovenier probeert een biotoop te creëren door goed te kijken naar welke planten waar thuishoren. De rommelige bodem hier is overwegend schraal, zit boordevol kalk en bevat veel puin van eerdere sloopwerkzaamheden. De ideale uitgangsituatie voor ruigtekruiden.

Als hovenier maak je eigenlijk dingen kapot als je een tuin aanlegt; je verstoort het bodemleven en haalt planten uit de grond. Maar idealiter wil je natuurlijk zo weinig mogelijk doen. In deze tuin hoef ik een aantal velden alleen maar te maaien. Het leukste is dat ik op die plekken nergens controle over heb. Ik zie overal zaailingen. En zover als ik kan kijken zie ik bloeiende Cichorei (Cichorium intybus), Peen (Daucus carota), Steenanjer (Dianthus deltoides), Wilde marjolein (Origanum vulgare), Gewone ossentong (Anchusa officinalis), Gewone rolklaver (Lotus corniculatus) en Geel walstro (Galium verum), de Wouw (Reseda luteola) is net uitgebloeid. Ik maai trouwens de hooilandachtige oppervlaktes gefaseerd, daarom staat Geel walstro weer in bloei. En verderop staat ook een veld met exoten: IJzerhard (Verbena bonariensis), Zonnehoed (Echinacea purpurea), Herfstanemoon (Anemone japonica) en Duizendknoop (Persicaria amplexicaulis), gemengd met Pijpenstrootje (Molinia caerulea). Deze planten stonden er al en het leuke is dat de soorten zich uitzaaien en daardoor op natuurlijke wijze zich mengen tussen de inheemse soorten. 

‘Ik noem mezelf ook wel specialist in successievelijk tuinieren. Daar bedoel ik mee dat ik met successie van planten in mijn achterhoofd tuinier. Ik zaai veel en plant veel bosplantsoen. De eerste twee jaar zie je veel één- en tweejarigen, daarna nemen vaste planten het over. Ik begeleid dat proces.