Duindoorn - Hippophae rhamnoides


Duindoorn is een rechtopstaande heester met uitgespreide, donkergrijze, rimpelige takken, die in doornen uitlopen. Ze bloeit in het vroege voorjaar met kleine groene onopvallende bloemen die met een klein aantal bij elkaar staan. Pas na de bloei komen de smalle bladeren die van onderen ook grijs van kleur zijn.
Natuurlijke groeiplaats
Duindoorn is de belangrijkste struweelvormende soort van de kustduinen. Ze groeit op voedselarme, vochtige tot droge zandbodem.
Toepassing
Omdat Duindoorn samenwerkt met een stikstoffixerende bacterie op de wortels kan zij goed groeien en concurreren op voedselarme gronden, welke bij voorkeur kalkhoudend zijn en in de zon liggen. Ontwikkeling Duindoorn wordt in haar milieu tien tot vijftien jaar oud.
Ecologische waarde
Duindoorn is een waardplant voor de meikever en een groot aantal vlindersoorten, zoals Groentje, Grote wintervlinders en Bastaardsatijnvlinder. De bessen worden door spreeuwen, lijsters, spreeuwen, kramsvogels en kraaien gegeten en zo wordt het zaad verspreid.
Combineren
Duindoorn groeit van nature samen met onder andere Egelantier en Zuurbes, maar ook met allerlei andere droogtetolerante planten, zoals Vlasbekje en Sint-Janskruid en Hondstong.
Overig
De bessen zijn zuur en rijk aan vitamine C, vitamine E, carotenoïden, flavonoïden en mineralen en zijn zeer geschikt om siroop van te maken.
Planten en verzorgen
Bij aanplant heeft Duindoorn voldoende water nodig om aan te slaan en met de wortels contact te vinden met het grondwater.
Specificaties
Autochtone herkomst: | Ja |
---|---|
Bloeimaanden: | april, mei |
Bloeitijd beginmaand: | april |
Bloeitijd eindmaand: | mei |
Eigenschappen: | Eetbare wilde planten, Heemplanten |
Inheems/uitheems: | Inheems in Nederland |
Licht: | zonnige plek |
Nederlandse naam: | Duindoorn |
Planttype: | Struik |
Vocht: | droog, vochtig |
Wetenschappelijke naam: | Hippophae rhamnoides |
Specifieke instructies zaaien en verzorging
Algemene verzorginstructies
Duindoorn is een rechtopstaande heester met uitgespreide, donkergrijze, rimpelige takken, die in doornen uitlopen. Ze bloeit in het vroege voorjaar met kleine groene onopvallende bloemen die met een klein aantal bij elkaar staan. Pas na de bloei komen de smalle bladeren die van onderen ook grijs van kleur zijn.
Natuurlijke groeiplaats
Duindoorn is de belangrijkste struweelvormende soort van de kustduinen. Ze groeit op voedselarme, vochtige tot droge zandbodem.
Toepassing
Omdat Duindoorn samenwerkt met een stikstoffixerende bacterie op de wortels kan zij goed groeien en concurreren op voedselarme gronden, welke bij voorkeur kalkhoudend zijn en in de zon liggen. Ontwikkeling Duindoorn wordt in haar milieu tien tot vijftien jaar oud.
Ecologische waarde
Duindoorn is een waardplant voor de meikever en een groot aantal vlindersoorten, zoals Groentje, Grote wintervlinders en Bastaardsatijnvlinder. De bessen worden door spreeuwen, lijsters, spreeuwen, kramsvogels en kraaien gegeten en zo wordt het zaad verspreid.
Combineren
Duindoorn groeit van nature samen met onder andere Egelantier en Zuurbes, maar ook met allerlei andere droogtetolerante planten, zoals Vlasbekje en Sint-Janskruid en Hondstong.
Overig
De bessen zijn zuur en rijk aan vitamine C, vitamine E, carotenoïden, flavonoïden en mineralen en zijn zeer geschikt om siroop van te maken.
Planten en verzorgen
Bij aanplant heeft Duindoorn voldoende water nodig om aan te slaan en met de wortels contact te vinden met het grondwater.
Specificaties
Autochtone herkomst: | Ja |
---|---|
Bloeimaanden: | april, mei |
Bloeitijd beginmaand: | april |
Bloeitijd eindmaand: | mei |
Eigenschappen: | Eetbare wilde planten, Heemplanten |
Inheems/uitheems: | Inheems in Nederland |
Licht: | zonnige plek |
Nederlandse naam: | Duindoorn |
Planttype: | Struik |
Vocht: | droog, vochtig |
Wetenschappelijke naam: | Hippophae rhamnoides |