Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie

Welke wilg wil je waar en waarom?

De wilg, kenmerkend voor ons Hollandse landschap. Maar ze zijn om veel méér redenen interessant om te planten. Zo bloeien ze relatief vroeg in het jaar en zijn daarmee belangrijke voedingsbronnen voor vroegvliegende insecten, ook bieden ze broedgelegenheid aan veel vogels en ze zijn mooie verschijningen gedurende het hele jaar.

Maar welke wilg past bij jouw plek? Hoe hoog wordt een wilg eigenlijk? Kun je alle wilgen knotten? En welke verschillen zijn er qua uiterlijk? Je ontdekt het hier!

Natuurlijke verspreiding in Nederland

Je zou een wilg kunnen kiezen op basis van waar in Nederland je woont. Sommige wilgen passen beter bij een bepaalde streek dan andere. Laurierwilg is hiervan het meest uitgesproken voorbeeld. Deze wilg komt van nature alleen in Noord-Nederland voor. Geoorde wilg en Kruipwilg zijn wat meer dan andere wilgen gebonden aan de hogere zandgronden en kuststreek, terwijl Bittere wilg bijna niet buiten het rivierengebied voorkomt.

Waar groeit een wilg?

Vrijwel alle wilgen groeien bij voorkeur op een zonnige, voedselrijke en vochtige groeiplaats. Boswilg kan echter ook op wat drogere plekken groeien en Geoorde wilg heeft een grotere voorkeur voor voedselarmere standplaatsen. Kruipwilg is de echte uitzondering onder de wilgen: deze houdt in elk geval van voedselarme groeiplaatsen, maar kan ook goed tegen droogte. Van nature verspreidt kruipwilg zich via uitlopers over droge duinen of op heuvels in heideterreinen. In diezelfde gebieden kan het echter ook in natte laagtes goed groeien.

Zo hoog kan een wilg worden (als je hem niet knot)

Wilgen kun je grofweg verdelen in soorten die van nature uitgroeien tot een flinke boom en soorten die meer struikvormig blijven. De struikvormige soorten zijn in de meerderheid, maar verschillen wel qua uiteindelijke hoogte:

• Schietwilg en kraakwilg zijn echte boomvormige wilgen en kunnen uitgroeien tot ca. 20 meter.

• Amandelwilg, Laurierwilg en Boswilg zijn de grotere struikvormige wilgen (tot ca. 5 - 6 meter). Een vrijstaande Boswilg kan soms wel een hoogte van 10 meter bereiken. Amandelwilg en Laurierwilg kunnen dit ook wel als ze de concurrentie moeten aangaan met andere bomen.

• Grauwe wilg, Bittere wilg en Katwilg groeien vrijwel altijd struikvormig tot een meter of 4 - 5

• Geoorde wilg en met name Kruipwilg zijn de kleinste wilgen en blijven onder de 2,5 meter.

De wilg bloeit vroeg, maar niet alle soorten even vroeg

Boswilg, Grauwe wilg en Katwilg bloeien vanaf maart en zijn daarmee de vroegst bloeiende wilgen. Bij deze soorten komen de bladeren ook pas aan de boom ná de bloemen. Dit geldt ook voor Geoorde wilg en Bittere wilg maar deze soorten bloeien net als de meeste andere soorten wilgen pas vanaf april. Laurierwilg komt een maandje later, in mei, pas in bloei. Amandelwilg bloeit in april – mei en kan soms in de zomer nog een 2e bloei voortbrengen.

Andere uiterlijke kenmerken

Het typische langgerekte wilgenblad vind je vooral bij Katwilg, Bittere wilg, Kraakwilg en Schietwilg. De bladeren van de andere wilgen zijn naar verhouding vaak wat breder, soms zelfs eirond. Met name bij Laurierwilg zijn de bladeren opvallend glanzend donkergroen. Een mooi kenmerk bij de wat oudere Amandelwilgen is het loslaten van de oude bast waardoor de kaneelkleurige verse bast zichtbaar wordt.

Wilgen knotten: hier moet je rekening mee houden

Een wilg die vrij mag uitgroeien zal in principe elk jaar in bloei komen. Een knotwilg niet persé: alleen takken die niet worden geknot zullen in het voorjaar bloemen aanmaken.

Gebruikelijk is om elke 3 - 5 jaar te knotten tussen begin december en eind februari. Voor een jaarlijks bloeiende knotwilg zul je dus bij elke knotbeurt takken moeten laten staan. Bij meerdere bomen kun je ervoor kiezen om niet alle bomen in hetzelfde jaar te knotten. In principe kan elke soort wilg, behalve Kruipwilg, geknot worden, maar traditioneel werd dit vooral gedaan met Schietwilg, Kraakwilg, Amandelwilg en Katwilg. 

Knotwilgen in een verder open landschap zijn zeer aantrekkelijke broedplaatsen voor allerlei dieren zoals: wilde eenden, kleine zangvogels, steenuilen en vleermuizen. Dit kan zowel op de kruin van de stam, in jaren dat er niet geknot wordt, maar veel vaker nog in holtes die in de stam ontstaan door stagnerend regenwater en rotting. Deze holtes kunnen ontstaan als de knotwilg een jaar of 25 is.

Scroll verder voor het hele overzicht >

Beeld door Ruurd van Donkelaar

Laurierwilg

Standplaats: zonnig - vochtig tot nat - voedselrijke grond

Hoogte 5-6 meter

Bloeitijd mei – juni

Bestellen

Geoorde wilg

Standplaats zonnig - vochtig tot nat - voedselarme grond

Hoogte tot 2,5 meter

Bloeitijd april - mei

Bestellen

Kruipwilg

Standplaats: zonnig - droog tot nat - voedselarme grond

Hoogte tot 2,5 meter

Bloeitijd april – mei

Niet geschikt om te knotten

Bestellen

Bittere wilg

Standplaats: zonnig - vochtig tot nat - voedselrijke grond

Hoogte 4-5 meter

Bloeitijd april

Bestellen

Boswilg

Standplaats zonnig - droog tot nat - voedselrijke grond

Hoogte 5-6 meter met uitschieters tot 10 meter

Bloeitijd maart - april

Bestellen


Schietwilg

Standplaats zonnig, vochtig tot nat, voedselrijke grond)

Hoogte tot 20 meter

Bloeitijd april – mei

Bestellen


Kraakwilg

Standplaats zonnig, vochtig tot nat, voedselrijke grond

Hoogte tot 20 meter

Bloeitijd april - mei

Traditioneel gebruikt als knotwilg

Bestellen

Amandelwilg

Standplaats zonnig, vochtig tot nat, voedselrijke grond

Hoogte 5-6 meter

Bloeitijd april – mei soms in juli nog een keer

Bestellen


Grauwe wilg

Standplaats zonnig, vochtig tot nat, voedselrijke grond

Hoogte 5-6 meter

Bloeitijd maart - april

Bestellen


Katwilg

Standplaats zonnig, vochtig tot nat, voedselrijke grond

Hoogte 4-5 meter

Bloeitijd maart - april

Traditioneel gebruikt als knotwilg

Bestellen

Advies nodig?

Klik hier voor het bloemenweide stappenplan. Kom je er niet uit? Neem dan contact op en vraag het een adviseur.

Andere blog/nieuws artikelen

Andere blogartikelen