Herfst in de bloemenweide
vlinder flower
Herfst in de bloemenweide

Herfst in de bloemenweide

Door Gabriëlle Jager, bloemenweide-adviseur bij Cruydt-Hoeck en auteur van Het Romantische Vlinderboek

Het is herfst in de bloemenweide. De meeste planten zijn uitgebloeid en vele hebben hun zaden al laten vallen. De dalende temperaturen en lengende nachten zijn voor planten het teken om zich onder de grond, in hun wortels terug te trekken, waarbij ze hun dorre stengels en bladeren achterlaten. Toch bloeien sommige soorten door alsof er niks aan de hand is – neem de teunisbloem - of ze zijn bezig met hun tweede of zelfs derde bloei. Met het mooie weer kun je ook nog veel insecten in de bloemenweide vinden. Ook zij blijven vliegen zolang de temperatuur het toelaat. De dagpauwogen zijn kakelvers, net als het bont zandoogje. Het langere seizoen maakt meer generaties mogelijk! Het landkaartje heeft er al een leven op zitten, getuigen zijn gerafelde vleugels.

’s Ochtends vroeg is het mistig en de zonnestralen zie je door de bomen vallen. Het knoopkruid staat er mistroostig bij, maar wacht: als je goed kijkt, zijn het niet alleen dode takjes en bladeren die je ziet. Kleine juffertjes lijken deze plant speciaal te hebben uitgekozen omdat ze geheel wegvallen tussen de bruine takjes. Het zijn bruine winterjuffers die net uit hun larvenhuid zijn gekropen. Voor hen begint het volwassen leven pas net. Zij brengen de winter door op zo’n zelfde spriet, om zich in het voorjaar voort te planten. Hoewel het nog te koud is voor ze om te vliegen, slapen ze niet, want als ik vooroverbuig om ze van dichtbij te bekijken, draaien ze stilletjes naar de andere kant van hun spriet.

Opvallend is dat ze zich juist in de ongemaaide strook ophouden. Hier vallen ze het minste op en hebben ze een mooi jachtgebied, want ook kleine vliegjes verstoppen zich het liefst in een wat hogere vegetatie. September is hooitijd en dus zijn de meeste planten afgemaaid en de bovengrondse delen afgevoerd. Zo hoort het ook: door te maaien en het maaisel af te voeren zorg je er niet alleen voor dat de voedselrijkdom van de bodem langzaam afneemt - waardoor je op den duur een meer diverse vegetatie krijgt - maar creëer je ook kansen voor zaden om te kiemen. Juist op de gemaaide plekken kan de bloemenweide zich verjongen en zie je nu al talrijke kiemplantjes verschijnen. Het is in zo’n pril stadium nog moeilijk om te zeggen om welke soorten het gaat, maar het nieuwe leven dient zich onbetwist aan! Ook de insecten hebben zich voortgeplant. Dikke rupsen, kleurrijk of gecamoufleerd, kun je op de planten vinden. Niet alleen voor de juffertjes, ook voor deze rupsen is het van levensbelang dat een deel van de vegetatie bij het maaien met rust wordt gelaten.

Ook spinnen hebben de overgelaten plantenstrook als jachtgebied gekoloniseerd. Ze verraden zich door de talrijke spinnenwebben die tussen de planten hangen. De webben hebben vooral veel dauwdruppeltjes gevangen, waardoor ze glanzen in het zonlicht. Het is dezelfde dauw die door vers gevallen zaden wordt opgezogen en kieming mogelijk maakt. Dat maakt de herfst tot zo’n goede zaaitijd: de lange, koele en vochtige periode zorgt voor optimale kieming.

Zo zie je maar. De herfst lijkt een seizoen van verval en afbraak, maar ongemerkt staat de lente al in de steigers.